Reglementen Nederlands

Novitas Cup, 2 december 2017

Individuele wedstrijd en teamwedstrijd op A en B niveau.

Protest alleen tegen moeilijkheid kosten 25,- deze krijg je terug bij toekenning

Bepaling DMT voor welke klasse, hoeveel DMT enzovoorts.

1. Wedstrijdreglement

De wedstrijd bestaat uit een DMT wedstrijd op individueel en teamniveau, waarbij er een splitsing is gemaakt op leeftijdsklasse en wedstrijdklasse (A + B klasse).
De wedstrijd bestaat uit een voorronde en een finale. Naar de finale gaan de beste 70% van de ingeschreven deelnemers met een maximum van 8 springers. Bij 5 springers of minder gaan alle springers door naar de finale, hierbij worden alle 4 de series meegeteld voor het eindtotaal. Voor het volledige finalereglement zie hoofdstuk 1.2.
De moeilijkheidsgraad (MLH) wordt gedaan aan de hand van de Code of Points van de FIG.

Er geldt een maximum aantal deelnemers van 300 over de gehele wedstrijd.

1.1 Voorronde individuele en teamwedstrijd

De voorronde bestaat uit 2 series. Deze dienen te voldoen aan het regelement uit hoofdstuk 4.
De scores gelden voor zowel de individuele wedstrijd als de teamwedstrijd.
Er wordt in de individuele voorronde in principe niet gebroken. Dit betekent dat er als er 2 of meer springers zich als laatste plaats plaatsen voor de finale, zij allen mogen deelnemen aan de finale.

1.1.1 Opzet teamwedstrijd

Zowel de A als de B klasse doen automatisch mee voor de teamwedstrijd, tenzij de vereniging bij de inschrijving duidelijk vermeldt dat zij niet wenst deel te nemen aan de teamwedstrijd. De teams worden gevormd op geslacht, leeftijd en klasse:

A klasse:B klasse:
Pupil + jeugd meisjesPupil + jeugd meisjes
Junior + senior damesJunior + senior dames
Pupil + jeugd jongensPupil + jeugd jongens
Junior + Senior herenJunior + Senior heren

Een team bestaat uit minimaal 3 en maximaal 4 springers. De teams worden vooraf duidelijk vastgesteld door de vereniging middels het inschrijfformulier. Hierbij het mogelijk dat teams samen worden gesteld uit meerdere verenigingen.

In de voorronde worden de beste 3 individuele scores per serie geteld voor het teamtotaal. Naar de finale gaan maximaal 5 teams ongeacht het aantal deelnemende teams, voor reglement teamfinale zie hoofdstuk 1.2.

1.2 Finale individuele en teamwedstrijd

1.2.1 Finale individuele wedstrijd

In principe beginnen alle finales op 0. Tenzij er 5 of minder deelnemers zijn. Hierbij worden de scores uit de voorronde meegeteld voor het eindtotaal. Er wordt in omgekeerde volgorde finale gesprongen. Dit betekent dat de als laatst geplaatste springer als eerste de finale springt. Elementen uit de voorronde mogen niet herhaalt worden, tenzij deze op een andere plek op de DMT worden gesprongen. De springer met de hoogste finale score wint de wedstrijd. Er wordt niet gebroken in de finale.

1.2.2 Finale teamwedstrijd

De finales beginnen op 0. Er wordt in omgekeerde volgorde finale gesprongen. Dit betekent dat het team dat zich als laatst geplaatst heeft als eerste de finale springt. Waarbij steeds 1 springer van een team springt en daarop volgend het team wat zich als vierde heeft geplaatst, enzovoorts. Dit herhaalt zich weer bij de daarop volgende springer van een team en serie.

In de finale mogen er maximaal 3 springers per team springen en alle scores tellen mee voor de totaalscore. Tijdens de finale mag er niet worden gewisseld van springer. Elementen uit de voorronde mogen in de finale eenmaal herhaalt worden.  Het team met de hoogste finale score wint de wedstrijd. Er wordt niet gebroken in de finale.

2. Jury

De beoordeling van de oefeningen is opgenomen in de FIG Code of Points van (FIG CoP). De Nederlandse vertaling van de FIG CoP is te vinden op de website van de KNGU. Met daarin als uitzondering voorgeschreven oefenstof voor zowel de A-en B-klasse.

2.3.1 Wedstrijdkleding juryleden

Alle juryleden dienen netjes gekleed in te zijn in het wit/blauw cq. wit/zwart. Juryleden die niet in correcte kleding aan de jurytafel zitten kunnen verzocht worden hun taak neer te leggen. Dit wordt bepaald door de wedstrijdleider.

2.3.2 Algemeen

Alle juryleden dienen een geldig brevet te hebben. Bij voorkeur levert de vereniging de hoogste juryleden aan voor de A klasse. Per 5 springers dient de vereniging 1 jurylid aan te leveren, met daarbij het niveau van het jurylid. Voorbeeld 4 springers = 1 jurylid, 6 springers = 2 juryleden, enzovoorts.

3. Bijlagen

4.1 Leeftijdsklassen en verplichte :

Klasse:Niveau:Geboortejaar:Min. MLH per 2 series
Senior dames/herenA1999 en ouder3.8
Junior meisjes/jongensA2000-20023.4
Jeugd meisjes/jongensA2003-20052.8
Pupil meisjes/jongensA2006-20082.2

Maximale moeilijkheid per sprong tot en met junior is maximaal 4.5. Sprongen met een hogere moeilijkheid krijgen de maximale moeilijkheid van 4.5 toegekend. Indien door de springer in de voorronde niet aan de minimale MLH voldoet, volgt er een straf van 0.5 extra aftrek per uitvoeringsjurylid.

Klasse:Niveau:Geboortejaar:Max. MLH per 2 series
Senior dames/herenB1999 en ouder3.8
Junior meisjes/jongensB2000-20023.4
Jeugd meisjes/jongensB2003-20052.8
Pupil meisjes/jongensB2006-20082.2

De maximale moeilijkheid geldt voor zowel de 2 series in de voorronde als voor de 2 series in de finale. Indien een springer meer MLH springt dan toegestaan, telt de maximale moeilijkheid zoals bovenstaande tabel aangeeft.

<<Terug